
ROB DIJCKS
1975
Prins ROB I
Ut Sezoehns-uëverzig
De eerste grote prins
In februari 1974, één week voor karnaval, benaderde namelijk Buurtverenigings-bestuurder Cees Verbunt JCL-voorzitter Rob Dijcks om Prins te worden. Deze had daar wel oren naar, maar kon het op dat moment niet waarmaken.
Van een prinsschap in het Eikenderveld had hij toen al een heel andere voorstelling. Zijn voorstel om dan nog maar eens ‘n jaar later aan te kloppen, bracht Cees Verbunt in een moeilijk pakket. Want wie moest hij dan benaderen, één week voor karnaval?
Rob trok zich de problemen aan en beloofde Cees dat hij hoogstpersoonlijk nog op zoek zou gaan naar een Prins voor de Buurtvereniging. Tevens deed hij de belofte, dat hij zich ‘n jaar later in ieder geval beschikbaar zou stellen. Alleen zou er dan nog goed gepraat moeten worden over de invulling van het prinsschap. Zo gezegd, zo gedaan.
In de loop van 1974 kondigde Cees Verbunt aan dat de Buurtvereniging op zou houden te bestaan. Hij vroeg JCL om de proklamaties in het HKB over te nemen.
Toen ging het in een sneltreinvaart. In een paar maanden tijd werd de tot dan toe bescheiden karnavalsviering van de Buurtvereniging volledig op de kop gezet.
De proklamatie verhuisde van karnavalsvrijdag naar een aantal weken vòòr karnaval. Er werd inderhaast een Raad van Elf opgericht. Geld voor dure kleding was er niet. De Raad van Elf ging gekleed in een zwarte broek en een wit hemd. In een karnavalszaak werden witte schuitjes met een knaloranje glitterrand gekocht. Oranje vlinders werden erbij geleverd.
De eerste Raad van Elfleden, die nog op oude foto’s terug te herkennen zijn, waren Fred Brounen, Leo Dijcks, Ger Koks, John Franssen, Lei Vankan, Leo Ritschi, Richard Noë en Jo Benders. De laatste ging in dat seizoen zelfs nog als kompleet uitgeruste hofnar de raad van elf vooraf.
Dat uitgerekend voorzitter Rob Dijcks aan z’n eigen Raad van Elf-initiatief niet meedeed wekte bevreemding. Ondanks het feit dat hij zei dat er iemand moest zijn die de organisatie op de avond zelf in het oog moest houden. Het voedde natuurlijk de geruchten dat hij prins zou worden. En zo gebeurde dus ook.
Maar dat kon de pret niet drukken. Zeker niet toen naderhand de ontstaansgeschiedenis uit de doeken werd gedaan.
Op vrijdag 17 januari 1975 werd hij op een brancard als laatste mijnwerker, een aktueel thema, de bühne opgedragen. Wiel van Galen was bereid gevonden om ceremonie-meester te spelen. Wiel was als zodanig duidelijk herkenbaar. Hij droeg een donkerpaars kostuum.
Stadskarnavalsvereniging De Winkbülle met Opper Herm Adams en Stadsprins Jan van Dooren waren toen al te gast bij de proklamatie. JCL blonk van trots. Voor het eerst werd er een receptie gehouden. Er kwam een foto van de prins in de krant.
Op karnavalsdinsdag trok er een heuse karnavalsoptocht door de straten in de wijk. Rob I sloot de stoet op de van De Winkbülle geleende Prinsewagen. Een prachtige koets getrokken door een aantal ezeltjes. Het aansluitende karnavalsfeest in ‘t Trefcentrum ‘t Loon, inmiddels al voor de derde keer, was oorspronkelijk bedoeld voor de kinderen, maar de ouders begeleidden hun telgen maar al te graag. De zaal was afgeladen vol. Wat een stemming, wat een sfeer! Het was toen in 1975 een fantastisch begin.
Op 21 januari 1975 werd Maurice (van Hoof) I, zoon van de friture-houders Arie en José, tot jeugdprins gebombardeerd. JCL als karnavalsvereniging telde vanaf het begin vol mee.
Reeds in die eerste maanden was men te gast bij de installatie van de Opperwinkbül Herm Adams, bezocht men de bejaardensoos in het Markieshuis en werd men uitgenodigd voor een karnavalsavond voor scholieren in het Pancratiushuis, waar Prins Rob I een prins moest onthullen. Hij deed dat zo fanatiek, dat hij niet alleen de overall, maar ook de pofbroek van de prins uittrok. Een vreemd gezicht was het wel!
Op zondag 2 februari 1975 was er een andere primeur: prins en raad van elf hielden receptie in ‘t Trefcentrum ‘t Loon.
Eén week later was karnaval. Op vrijdag bezocht men toen ook al de twee lagere scholen.
‘s Avonds was er het karnavalsfeest in het Trefcentrum ‘t Loon.
Op zaterdagavond was men uitgenodigd voor het legendarische HKB-bal, op zondag trok men verkleed mee in de grote optocht. Een twaalf meter lange oplegger van de firma van Dooren was omgebouwd tot vroedvrouwenschool. De kolos werd voorafgegaan door een 20 man sterke JCL-groep. Diezelfde wagen trok op maandag mee in Heerlerheide.
Maandagmorgen was Jeugdprins Maurice I al met de Heerlense Kinderoptocht meegeweest.
Maandagavond bezocht men De Schwelmennekes, De Kübesse en Café Göbbels. Nu vindt die kroegentocht nog steeds plaats.
Op dinsdag was het toen al bijna traditie: optocht en kinderbal.
Opvallend is dat in de publikaties telkens weer de nadruk gelegd werd hoe mooi het was, dat jong en oud samen karnaval wisten te vieren. Ook 22 jaar geleden schijnbaar al een speerpunt! Karnaval werd in het Trefcentrum ‘t Loon afgesloten met het Halfvastenbal op 7 maart 1975. Of toch ook weer niet?
Op 1 juni werd er namelijk nog een fototentoonstelling gehouden.
Klaarblijkelijk kon men er toen ook al niet genoeg van krijgen!